Editie nr.435 - 15 juni, 2010
Editoriaal
Het is pijnlijk, zoniet zielig. In de aanloop naar de federale verkiezingen achtten zowat alle belangengroepen in het middenveld zich geroepen nog maar eens richtlijnen voor de komende regering voorop te schuiven.
Onveranderlijk ging het pleidooi om het aantrekkelijker maken van werken én werk geven, het vereenvoudigen van het ondernemen en het fors terugdringen van de kostendruk op bedrijven.
Diezelfde oproep deed men ook in de aanloop naar de vorige verkiezingen, en de vorige, en de vorige, en de vorige, … Het bracht weinig zoden aan de dijk.
Intussen zakt het land steeds verder weg in de internationale “ranking” van potentiële investeringslocaties, in de rangschikking van de ondernemerscreatie, in de werkzaamheidsgraadstatistieken, …
Oproepen tot actie mag, oproepen tot actie moet.
Alleen blijkt dat men die oproep richt tot partijmandatarissen die eerder oog hebben voor het eigenbelang dan wel voor het algemeen belang.
Heeft oproepen tot dan wel nog zin?
Luc Willemijns





