Editie nr.430 - 02 april, 2010
Editoriaal
Het gehakketak rond het systeem van de notionele intrest houdt aan. Wegens te duur. De partij die zich als fervent “anti” manifesteert, keurde het systeem indertijd wel mee goed. Maar kom, politici hebben nu eenmaal een kort termijngeheugen.
Multinationals zouden er te veel voordeel uit halen, zo heet het.
Terwijl het indertijd, zo dachten we, werd geconcipieerd omdat de fiscale voordelen van de coördinatiecentra naar de prullenmand werden verwezen.
Met de afschaffing van het stelsel van de notionele intrest zouden we dus nog maar eens de zo al bijzonder fragiele rechtszekerheid in dit land ondergraven.
Iets wat buitenlandse investeerders niet ontgaan is en ontgaat.
Bovendien gaat men, eens te meer, bijzonder kort door de bocht.
De notionele intrest draagt bij tot de broodnodige versterking van het eigen vermogen van de KMO.
Bovendien vertaalt het systeem zich voor het klein- en middenbedrijf in een lagere belastingsdruk.
Tot slot, mag men ook niet blind blijven voor het feit dat heel wat KMO’s van multinationale ondernemingen afhankelijk zijn, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks.
Luc Willemijns



