“Mobiliteitproblematiek hypothekeert economische ontwikkeling”
Lodewijk De Witte (gouverneur Vlaams-Brabant)

Ook Vlaams-Brabant deelde in de klappen van de financieel-economische crisis. Zij het iets later dan de rest van Vlaanderen omwille van de sterke focus op diensten in de provincie. Gouverneur Lodewijk De Witte spitst de provinciale ontwikkeling toe op vier assen, met name innovatie, opleiding, mogelijkheden voor bedrijfsvestiging en een verbetering van de mobiliteit. Vooral dat laatste is in Vlaams-Brabant, met zijn hoge bebouwings- en bevolkingsdichtheid, een grote kopzorg. Over die verschillende assen heen toont de provinciegouverneur zich een fervent voorstander van Europese samenwerkingsverbanden.
Lodewijk De Witte is de langst zittende gouverneur in Vlaanderen. In 1995 trad hij in functie als eerste gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant.
“Vlaams-Brabant heeft een heel sterk uitgebouwde dienstensector. Ruim 80% van het bruto provinciaal product wordt in de tertiaire sector gegenereerd. Dat is beduidend hoger dan het Vlaamse gemiddelde dat rond de 70% schommelt. Gevolg is dat de provincie later de economische schokgolf heeft gevoeld als gevolg van de crisis in de secundaire sector. De toename van de werkloosheid in Vlaams-Brabant is niettemin van vergelijkbare orde met de rest van Vlaanderen. Het aantal herstructureringen bleef evenmin beperkt tot de zuiver industriële sfeer”, aldus onze gesprekspartner.
Redenen om de sterke focus van Vlaams-Brabant op de dienstensector te wijzigen, ziet de gouverneur niet.
“Tot voor een aantal jaren spitsten we ons als provincie voornamelijk toe op het creëren van vestigingsmogelijkheden voor bedrijven. Zowat acht jaar terug veranderen we ook ten volle in te zetten op de ontwikkeling van de kennisindustrie, met de regio Leuven als zwaartepunt,” verduidelijkt Lodewijk De Witte, daarbij vooral op het belang van innovatie hamerend.
Die lijn wordt ook in de toekomst doorgetrokken. De provinciale middelen voor financiële ondersteuning zijn evenwel vrij beperkt.
Om innovatie aan te zwengelen neemt de gouw derhalve eerder een rol van mediator op, waarbij de netwerkfunctie een niet onbelangrijke rol opeist.
Zo is de provincie één van de drijvende krachten achter het “Flanders Smart Hub”-project, dat de fundamenten voor Vlaamse-Brabant wil leggen voor transformatie tot een Vlaamse, Europese en internationale topregio, waar economische creativiteit met groeiende welvaart en welzijn gepaard gaat. “Flanders Smart Hub” streeft een verregaande samenwerking na tussen kennisinstellingen, bedrijfsleven, overheid en belangenorganisaties.
Datzelfde project moet uiteindelijk zijn beslag vinden in het aantrekken van business development-activiteiten naar de wetenschaps- en bedrijvenparken in Vlaams-Brabant.
Sommige daarvan worden, zoals bekend, gereserveerd voor bedrijven met een sterk innovatieve inslag (Research Park in Haasrode, Research Park in Zellik, wetenschapspark in Tienen, …).
Naast de kennisindustrie kan Vlaams-Brabant, zoals bekend, ook terugvallen op een sterk uitgebouwde sector van zakelijke dienstverlening (met de bank- en verzekeringssector als koploper, nvdr.).
Logistiek: diffuse inplanting
Wat opvalt is dat Vlaams-Brabant als logistieke “hub” een vrij diffuus plaatje vertoont in tegenstelling tot de hotspots in andere provincies waarrond dat soort activiteiten is of wordt geconcentreerd.
Logistieke clusters in de provincie bevinden zich onder meer in Grimbergen (Douwe Egberts, Procter & Gamble, …), Halle (Colruyt), Diest (Toyota), Zellik (Delhaize), Vilvoorde (Cargovil - Aldi), Kortenberg (D’Ieteren), …
Ook op logistiek vlak mikt Vlaams-Brabant op innovatiegerichte processen, die zich in “slimme logistiek” moeten vertalen, die de mobiliteit in de gouw niet verder hypothekeert.
“Vlaams-Brabant is nu eenmaal uitstekend gepositioneerd voor de bevoorrading van Brussel-Hoofdstad en de rest van het land,” weet Lodewijk De Witte.
“Grote uitdaging is om de leefbaarheid en de mobiliteit in de regio niet verder te laten eroderen en toch mogelijkheden te creëren voor de vernieuwing van het economisch weefsel, dat op de uitdagingen van de toekomst is bedacht. Van de 25 grootste structurele fileproblemen in Vlaanderen, situeren er zich 19 in Vlaams-Brabant. Het aantal verliesuren als gevolg van file is in Vlaams-Brabant dubbel zo hoog als in Antwerpen,” wordt daaraan toegevoegd.
Die fileproblematiek staat nieuwe economische initiatieven in de weg, die nochtans noodzakelijk zijn om welvaart en tewerkstelling te vrijwaren.
Bekend is dat bepaalde lokale bewindvoerders in Vlaams-Brabant nu al nieuwe economische ontwikkelingen bewust links laten liggen om de mobiliteitsproblematiek in de regio niet verder aan te scherpen.
“De mobiliteitsproblematiek is één van de grootste bedreigingen voor Vlaams-Brabant,” beseft onze gesprekspartner.
Beter openbaar vervoer lijkt een oplossing te kunnen bieden. De Lijn en de NMBS investeren daar al in.
“Sinds het treintraject Brussel-Leuven op vier sporen werd gebracht, noteerde de NMBS 50% meer treinreizigers, zonder noemenswaardige promotionele acties. Waar in 2000 slechts 8 à 9% van alle passagiers en werknemers met het openbaar vervoer naar de luchthaven afzakten, is dat percentage intussen tot 20% opgeklommen. Strategische doelstelling is tegen 2020 tot 40% door te groeien. Een en ander bewijst dat goed georganiseerd openbaar vervoer werkt … als het voorhanden is,” zo nog de provinciegouverneur.
“De media vertalen de mobiliteitsproblematiek vaak als een Antwerps probleem. Uit de feiten blijkt dat de problematiek in Vlaams-Brabant, in samenhang met Brussel, beduidend groter is,” wordt daaraan toegevoegd.
Bedrijfsvestigingsmogelijkheden: heikel punt
Lodewijk De Witte: “Structureel moeten we werk maken van een aantal gebreken waarmee Vlaams-Brabant al langer kampt, met name de vestigingsmogelijkheden voor bedrijven. De provincie wordt gekenmerkt door een hoge bevolkings- en bebouwingsdichtheid, wat het maatschappelijk draagvlak voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen fors inperkt. Een aanpak van reconversie en verdichting lijkt de enige mogelijke optie, maar die maakt de zaken wel complexer en duurder”.
Pijnlijk in dit verband zijn de perikelen rond de uitbouw van de bedrijvenzone Westrode in Meise, een ontwikkeling van Haviland.
Begrijpelijk dus dat de gouverneur stelt “als provincie de voorkeur te geven aan brownfield-ontwikkelingen.
Doorgaans gaat het om kleinere ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld in Huizingen (een tiental hectaren op de terreinen van de voormalige papierfabriek Catala).
Samen met de POM Vlaams-Brabant investeerde de provincie fors in de ontwikkeling van know-how vereist voor de valorisatie van brownfields,” stelt onze gesprekspartner.
De voormalige Remy-site in Wijgmaal staat terzake als een mooi voorbeeld.
Niettemin blijft de vraag naar nieuwe bedrijventerreinen groot.
Zo wordt momenteel een deel van de Bosch-terreinen in Tienen (10,7 hectaren in de industriezone Soldatenplein) gereserveerd voor het “Feed Food Health”-project.
Bedoeling is dat de bi-pool Leuven-Tienen op de site een innovatief bedrijventerrein rond gezonde voeding voor mens en dier uitbouwt, annex wetenschapspark met incubatiecentrum.
Het stadsvernieuwingsproject “Aarschot op sporen” voorziet onder meer in de creatie van 42.000 m2 aan bedrijfsoppervlakte voor personeelsintensieve activiteiten aansluitend op de Nieuwlandlaan.
Niet onbelangrijk wordt de reconversie van de bedrijvenzone van Machelen-Vilvoorde, waar in 250 hectaren voor economische activiteit worden voorzien.
De provinciegouverneur blijft er realistisch bij: “Het Structuurplan Vlaanderen maakte initieel gewag van 1.300 hectaren bijkomende bedrijventerreinen voor Vlaams-Brabant. In het meest gunstige scenario zullen we misschien de helft daarvan kunnen realiseren. De nood is acuut, de realisatie evenwel niet evident. Zo had Meise-Westrode al lang zijn beslag moeten krijgen. Van 600 à 700 hectaren bijkomende bedrijventerreinen die in de omgeving van de nationale luchthaven waren gepland, zullen er, zoals de zaken er nu bijstaan, maximaal 200 worden gerealiseerd. Noodgewongen moeten we meer op kleinstedelijke gebieden (Diest, Aarschot, Tienen, …) focussen voor de realisatie van eventuele uitbreidingszones. Daartegenover staat evenwel een aarzelende Vlaamse overheid die tot gevolg heeft dat het bijzonder lang duurt vooral men daadwerkelijk een economisch perspectief kan opbouwen,” zo nog Lodewijk De Witte.
Opleidingen en ondernemingscreatie
“Ook in het arbeidsmarktbeleid en opleidingen dient blijvend geïnvesteerd. In de economie van morgen wordt de strijd om geschikte arbeidskrachten nog belangrijker. Vlaams-Brabant kan op goed gevormde arbeidskrachten terugvallen, maar moet ervoor zorgen dat dat ook morgen nog het geval is. Gezien de aanwezigheid van een aantal gereputeerde kennisinstellingen, ligt de gemiddelde scholingsgraad in Vlaams-Brabant iets hoger dan in de rest van Vlaanderen. Toch dient ook structureel geïnvesteerd in niet-academische opleidingen, die zich bijvoorbeeld richten op de uitbouw van technische of linguïstische vaardigheden. De universiteit is voor de toekomst van de regio van cruciaal belang, maar daarnaast moet ook in toekomstgerichte opleiding geïnvesteerd. Voorts moeten ook de inspanningen van de provinciegrensoverschrijdende tewerkstellingsinitiatieven van de VDAB en zijn Brusselse tegenhanger, Actiris, onverkort verder worden gezet om arbeidsaanbod- en vraag beter met elkaar in overeenstemming te brengen,” waarschuwt de provinciegouverneur.
Een internationaal gerenommeerde kennisinstelling als IMEC ligt aan de basis van de creatie van behoorlijk wat spin-offs.
Qua valorisatie van academische kennis, haalt Vlaams-Brabant (lees: Leuven, nvdr.) een Europese topscore. Niettemin heeft de provincie ook een acute nood aan starters.
“Vaak zijn het niet de hoogst opgeleiden die met een eigen zaak beginnen,” stelt Lodewijk De Witte tot slot vast.






Meld je aan om te reageren