Nieuwe koelmiddelregelgeving noopt tot proactieve aanpak (3)

Ondernemers gebaat bij energieperformant bedrijfsgebouw

29 juni, 2010 - Editie nr. 435

Het Kyoto-protocol, de Europese energieprestatieregelgeving (EPB) en de 20/20/20-doelstellingen blijven niet zonder invloed op het energiebeheer in (bedrijfs)gebouwen. Zo bleek uit eerdere bijdragen. Iets vroeger in de keten, met name aan constructeurszijde, tekent zich ook de uitfasering aan van de R22-koelmiddelen. Een ingreep die niet zonder gevolgen blijft voor de uitbaters van koelinstallaties.

De meest gebruikte koelmiddelen tot in de jaren ’80 waren de halomethanen R-12 en R-22 tot de problematiek van de ozonlaag gestalte kreeg.

Met het Protocol van Montreal kwam een internationaal verdrag tot stand ter bescherming van de ozonlaag door de productie van ozonafbrekende substanties gefaseerd te bannen.

Voornoemd protocol werd intussen in Europese regelgeving omgezet.

Zo ging begin dit jaar het verbod in op het gebruik van nieuwe HCFK’s in het onderhoud en het servicen van HVACR-installaties.

Vanaf 1 januari 2015 worden alle HCFK’s wettelijk van gebruik bij herstelling uitgesloten.

In concreto houdt dit in dat in bestaande installaties nog kunnen werken, maar dat herstelling niet meer mogelijk is.

In het licht van de huidige milieuproblematiek dient derhalve aandacht uit te gaan naar de impact van het gebruik van CFK’s op de veiligheid, het milieu en de energie-efficiëntie.

 

Uitfaseringsbeleid niet gelijklopend

 

België zou België niet zijn mocht elk gewest er zijn eigen regelgeving niet op na houden.

Met ingang van 1 januari 2015, verbiedt Europa, zoals gezegd, het gebruik voor herstelling of onderhoud van het koelmiddel R-22 , dat vier decennia lang algemeen werd aangewend in residentiële warmtepompen en airconditioning-systemen.

Vlaanderen blijft echter het gebruik van de bestaande installaties na 1 januari 2015 toestaan.

Het Brussels Gewest verbiedt het gebruik van die installaties terwijl het Waals Gewest hun gebruik nog toelaat voor zover kan worden aangetoond dat de installatie de voorafgaande twee jaar lekvrij was.

Keuzes dringen zich bijgevolg op: kunnen de bestaande koelinstallaties al dan niet behouden blijven?

 

Voor- en nadelen afwegen

 

Wie voor zijn business van koelinstallaties afhankelijk is, moet derhalve de juiste afwegingen maken, waarbij een aantal nieuwe elementen voor het eerst meespelen.

Zaken die onder ogen dienen genomen zijn de betrouwbaarheid, de waarborg, de doeltreffendheid, de dimensionering, de carbon footfprint, de geluidshinder, de gebruikte technologie, de mogelijke belastingsvoordelen, de onderhoudskosten, de exploitatiekost, de CO2-emissie, de boekwaarde, …

Meerdere scenario’s zijn mogelijk. Voor de Vlaamse en Waalse regio is een goed onderhoud de boodschap waardoor de bestaande installatie kan blijven werken, zelfs na 2015.

Immers, zolang er geen defect is en R-22 niet nodig is, is er geen probleem.

Bepaalde aanbieders pleiten voor het behoud van de bestaande installatie met vervanging van het koelmiddel.

In dat geval worden koelmiddelen in de vorm van mengsels aanbevolen.

Koelmiddelen als R422D, R417a en R427a heten niet-ozonafbrekend te zijn.

De 22-installaties zijn echter nooit ontwikkeld geweest met deze koelmiddelen, zodat hun levensduur niet kan worden gewaarborgd.

Tests wijzen uit dat bij de warmtepompen het afgeleverd vermogen vermindert en het verbruik stijgt.Tevens kan zich in de compressor oververhitting voordoen.

Bij een rotatieve compressor wordt de dichting tussen de compressiekamers door een oliefilm gewaarborgd.

De nieuwe olie van de drop-ins waarborgt deze afsluiting niet meer. Deze oplossing houdt bijgevolg risico’s in voor de installatie en de levensduur.

Voor grote lucht/water-systemen opteren sommigen voor een beperkte technische aanpassing van de installatie, waarbij het geheel grondig wordt gereinigd en minerale olie door esterolie wordt vervangen.

In dat geval neemt men zijn toevlucht tot koelmiddelen als R404A, R410a, R407c en R134a.

Sommige partijen bevelen een meer verregaande technische aanpassing aan die een betere levensduur waarborgt.

Daarbij worden wel dezelfde koelmiddelen gebruikt, maar worden verschillende componenten vervangen of opgewaardeerd (schroefcompressoren in plaats van rotatieve compressoren, soft start in plaats van contactoren, toevoeging van warmterecuperatie-elementen, microprocessoren en communicatie-tools).

Men maakt van de gelegenheid gebruik om de installatie een grondige upgrade te geven.

Indien men van de voordelen van de nieuwe technologie wil genieten, kan men de bestaande koelinstallaties (lucht/water) vervangen door nieuwe.

Een nieuwe (geoptimaliseerde) machine biedt meer bedrijfszekerheid.

Voor grote lucht/lucht-koelinstallaties (VRF-systemen) kan, zoals bij de chiller-systemen, het binnengedeelte (de bestaande R-22- of R 407c-leidingen en de binnentoestellen) behouden blijven.

In dergelijke installaties wordt het koelmiddel R410a gebruikt omdat dat de beste prestaties aflevert. De nieuwe buitengroep is hiervoor speciaal toegerust.

Mooi meegenomen is bovendien de zelfreiniging van de resten olie op sommige systemen.

Dat waarborgt een correcte werking naar de toekomst toe.

Voordeel is een veel hogere energie-efficiëntie en een automatische vulling van de installatie met gewaarborgde prestaties.

In een tweede fase kan men alsnog de oude binnentoestellen door nieuwe vervangen.

Kiezen voor een volledig nieuwe VRF-installatie brengt ook een reeks voordelen mee.

De laatste systemen zorgen ervoor dat er binnen geen effect is op het comfort tengevolge van de ontdooiing die aan een lucht/lucht-systeem eigen is.

Het geluidsniveau van de nieuwe installatie is voorts beduidend lager dan de bestaande installatie.

De hoge uitblaastemperatuur in koeling en in verwarming staat dan weer voor een hoog comfort in alle omstandigheden.

VRF-systemen met warmterecuperatie, waarbij een aantal binnen-units voor koeling gelijktijdig met een aantal binnen-units voor verwarming worden gecombineerd, zorgen voor extra-energiesparing ten opzichte van systemen zonder warmterecuperatie.

Diezelfde warmterecuperatie kan overigens ook worden ingeschakeld voor het opwarmen van het water voor sanitaire toepassingen of vloerverwarming.

Lucht/lucht- en lucht/water-warmtepompen scoren het hoogst op de comfortladder omdat ze heel gericht kunnen worden aangestuurd.

Niet enkel voor de regeling van de temperatuur, maar eveneens van de vochtigheidsgraad en de luchtkwaliteit.

 (Bovenstaande reeks kwam tot stand in samenwerking met Daikin Belux.

Meer info: 09/244.66.44 of www.daikin.be).

 

Uit de reeks
Energie
lees alles over
Energie & MilieuDAIKIN BELUXArtikels in deze editie
Ook in Energie & Milieu
17 mei, 2012
ELECTRAWINDS N.V.
16 mei, 2012
VITO in China nu ook actief rond geothermie
15 mei, 2012
Vlaams Energiebedrijf