Krachtig herstel dankzij tijdelijke factoren
VS

De Amerikaanse economie liet in het tweede halfjaar van 2009 de recessie duidelijk achter zich. Vooral in de laatste maanden van het jaar 2009 groeide de economie opmerkelijk sterk. De groei liep op tot 5,9% op jaarbasis, het sterkste cijfer van de jongste zes jaar. Dat herstel is evenwel zo goed als volledig te danken aan de kentering in de voorraadcyclus en aan de overheidsstimuli. Op zich is het geen drama dat de eerste fase van het herstel gedragen wordt door zulke factoren, maar uiteindelijk moeten structurele groeifactoren zoals de gezinsbestedingen en de bedrijfsinvesteringen de rol overnemen om een duurzaam herstel vorm te geven. Op dat vlak doken er de jongste maanden hoopgevende signalen op maar de perspectieven blijven vooralsnog broos.
In het zog van de snelle verbetering van het ondernemersvertrouwen in bepaalde sectoren stegen de bedrijfsinvesteringen de jongste maanden sterk.
Industriële bedrijven profiteren volop van het internationale herstel in hun sector.
Met enige vertraging duiken ook alsmaar meer positieve signalen op in de dienstensector.
Voor de KMO’s is er van een herstel evenwel nog maar weinig sprake.
Dat een belangrijk deel van de bedrijfswereld voorlopig nog niet deelt in het herstel, doet vermoeden dat een krachtige opleving van de investeringen in de komende kwartalen moeilijk wordt.
Een herleving van de bedrijfsinvesteringen is noodzakelijk voor een herleving van de arbeidsmarkt.
Want de arbeidsmarkt maakt nog altijd een erg moeilijke periode door.
Voorlopende arbeidsmarktindicatoren geven aan dat de jobcreatie in de komende maanden weer op gang komt, maar dat het herstel niet meteen spectaculair zal zijn.
Tegelijkertijd doet de hoge werkloosheidsgraad vermoeden dat de loongroei nog verder zal afkoelen.
In de loop van 2010 zullen de tijdelijke groeifactoren geleidelijk uitdoven.
Het begrotingsbeleid van de regering blijft de conjunctuur ondersteunen, maar zal zonder nieuwe initiatieven niet meer voor bijkomende groei-impulsen zorgen.
Het herstel moet dan gedragen worden door de gezinsbestedingen en de bedrijfsinvesteringen.
De Amerikaanse economie zal dan ook naar een gematigder groeitempo terugschakelen.
Een verdere normalisering van de economische situatie doet vermoeden dat het geleidelijk herstel in 2011 aanhoudt, maar de bestaande hindernissen beperken de kans op een krachtig herstel.
Het is zelfs zo dat het prille herstel kwetsbaar blijft voor nieuwe negatieve schokken.
Zo kan een forse klim van de olieprijs of van de rente het huidige herstel doen stilvallen.
Ook het snelle optrekken van de beleidsrente door de centrale bank of een snelle afbouw van het conjunctuurondersteunende begrotingsbeleid kunnen het herstel een stok in de wielen steken.
Geen schrik voor inflatie
De totale inflatie klom de voorbije kwartalen van -2% in de zomer van 2009 naar een positieve 2,7% in januari van 2010.
Dat weerspiegelde de olieprijsontwikkelingen die eraan voorafgingen volledig.
Met 1,5% blijft de kerninflatie, die geen rekening houdt met de voedings- en energieprijzen, erg laag.
Opwaartse inflatierisico’s zijn de komende 12 maanden niet aan de orde.
De combinatie van een economie die ver onder haar mogelijkheden draait en de nood aan schuldafbouw van de private sector (en binnenkort ook van de overheid) creëert veeleer deflatie- dan inflatierisico’s.
Het economische herstel moet geleidelijk de deflatoire krachten wegwerken, maar zeker op korte termijn blijft deflatie ongemakkelijk dichtbij.
Tegen de achtergrond van gematigde groei en lage inflatie is er voor de Amerikaanse centrale bank, de Fed, geen haast om de economie af te remmen.
De Fed begon recentelijk met het terugschroeven van de niet-conventionele maatregelen.
Want nu de recessie duidelijk achter de rug ligt, zijn bepaalde noodmaatregelen niet langer nodig.
De komende maanden zal de Fed verdere stappen zetten op deze weg.
Op een langere termijn komt ook de extreem lage beleidsrente aan de beurt, maar dat is allicht iets voor 2011.
(Deze informatie wordt gehaald uit met zorg geselecteerde bronnen. Ze is geen aanbeveling in de zin van het KB van 5 maart 2006 betreffende de juiste voorstelling van beleggingsaanbevelingen en de bekendmaking van belangenconflicten. Gezien de specifieke aard van de materie, kan KBC Asset Management geen verantwoordelijkheid dragen over het al dan niet realiseren van de verwachtingen).
(De rubriek “Beleggingsinfo” komt tot stand in samenwerking met KBC Asset Management).




Meld je aan om te reageren