Grens voor verantwoord gebruik niet altijd duidelijk

Gentechnologie

19 maart, 2010 - Editie nr. 429

Het gebruik van micro-organismen is niet meer uit onze maatschappij weg te denken. Kaas kan niet zonder worden geproduceerd. Maar de huidige stand der techniek gaat verder. We zijn zelfs in staat om (micro-)organismen genetisch te modificeren. Bijvoorbeeld om nieuwe en betere geneesmiddelen te kunnen ontwikkelen. De vraagt dient zich echter aan hoever we in onze hang naar perfectie mogen gaan?

 

 

De grens voor verantwoord gebruik van gentechnologie is niet altijd voor elkeen volstrekt duidelijk.

 

Dat geldt eveneens voor het bedrijfsleven.

 

Bedrijven als DSM en Roche geven het goede voorbeeld.

 

Beide werken met gentechnologie en voeren daarvoor een strikt beleid.

 

Uit sectorstudies naar de farmaceutische industrie bleek dit lang niet voor alle bedrijven aanwezig.

 

Genetische modificatie is één van de nieuwste mogelijkheden van de moderne biotechnologie.

 

Daarbij worden de erfelijke eigenschappen van een organisme veranderd.

 

Het inzetten van genetisch gemodificeerde micro-organismen (GMO’s) in productieprocessen is tegenwoordig al heel gebruikelijk.

 

De technologie wordt bijvoorbeeld op grote schaal toegepast door chemische bedrijven zoals DSM, maar ook door voedingsmiddelenbedrijven en door farmaceutische bedrijven als Roche.

 

Duurzame investeringsmaatschappijen hanteren verschillende invalshoeken om de mogelijkheden en gevaren van gentechnologie te benaderen.

 

In functie van hun bevindingen beslissen ze om de bedrijven in kwestie al dan niet in hun selectie van beleggingen op te nemen.

 

 

Grenzen nodig

 

De toepassingen van de moderne biotechnologie komen ook steeds dichterbij.

 

De erfelijke eigenschappen (het genoom) van steeds meer organismen wordt in kaart gebracht. Zo ook die van de mens.

 

Menselijke gentechnologie en daarmee het “verbeteren” van de mens komt binnen handbereik.

 

Niet alleen beter maken, maar ook daadwerkelijk verbeteren, door te selecteren op erfelijke eigenschappen of door deze aan te passen.

 

Heel verdedigbaar als het gaat om het genezen van erfelijke ziekten, maar een stuk minder geaccepteerd wanneer het om niet-levensbedreigende aandoeningen of om uiterlijke kenmerken draait.

 

Hierbij speelt de vraag waar we de grens leggen.

 

Hoever wil je ingrijpen in processen die op natuurlijke wijze niet tot stand zouden komen?

 

De publieke discussie daarover wordt op nog maar heel weinig plaatsen gevoerd.

 

Dat heeft als gevolg dat bedrijven die op dit terrein actief zijn, vaak zelf de grenzen kunnen stellen.

 

 

 

Veilig produceren

 

 

Een bedrijf als DSM maakt onder andere ingrediënten voor voedingsmiddelen, dranken en geneesmiddelen.

 

Daarbij wordt, naast de traditionele, ook moderne biotechnologie ingezet.

 

Het bedrijf gebruikt bijvoorbeeld GMO’s in de productieprocessen.

 

Door toepassing van moderne biotechnologie kan DSM dezelfde ingrediënten produceren, maar dan van een hogere kwaliteit omdat ze zuiverder zijn.

 

De geproduceerde ingrediënten worden vervolgens gezuiverd en de micro-organismen vernietigd, zodat de GMO’s niet in het eindproduct achterblijven.

 

De productie vindt dan ook plaats onder streng gecontroleerde omstandigheden (in afgesloten vaten), waardoor de kans dat GMO’s ontsnappen minimaal is.

 

Bovendien zijn de organismen zelf verzwakt, zodat ze geen overlevingskansen hebben buiten hun kunstmatige omgeving.

 

Hiermee wordt voorkomen dat nieuwe organismen in onze natuurlijke omgeving kunnen worden geïntroduceerd.

 

Zou dat wel gebeuren, dan kunnen ze onherstelbare schade aan de natuur en aan de biodiversiteit toebrengen.

 

DSM heeft uitgebreid beleid geformuleerd voor het gebruik van biotechnologie.

 

Daarin onderkent het bedrijf onder andere dat consumenten vaak schrikken van het gebruik van biotechnologie voor voeding.

 

Het bedrijf respecteert de zorgen die leven bij de consument en in de samenleving.

 

 

 

Maatschappijbewust

 

 

Ook voor Roche biedt biotechnologie uitstekende mogelijkheden.

 

Zowel voor de ontwikkeling van nieuwe therapieën voor medische vragen waarvoor nog geen oplossing bestaat.

 

Als voor het efficiënter en duurzamer maken van de productieprocessen omdat minder grondstoffen en energie benodigd zijn.

 

En net als DSM voert Roche een duidelijk beleid voor biotechnologie.

 

Bij het werken met GMO’s staan veiligheid, gezondheid en milieubescherming voorop.

 

Roche streeft bijvoorbeeld naar maatschappelijke verantwoordelijkheid in zijn onderzoek naar erfelijke eigenschappen.

 

Bij dat onderzoek, dat zich richt op diagnose en behandeling van ziekten, laat de onderneming zich adviseren door een raad die bestaat uit externe deskundigen op de terreinen van erfelijkheidsleer, bio-ethiek, rechten en sociologie, en uit leken afkomstig uit de maatschappij, waaronder vertegenwoordigers van patiëntengroepen.

 

De raad adviseert zowel structureel als op ad hoc-basis over de wetenschappelijke - en de ethische aspecten van het genetische onderzoek.

 

 

 

Natuurlijke waarden

 

 

Voorts is Roche van plan om onderzoek te gaan doen met behulp van menselijke embyronale stamcellen.

 

Dat zijn cellen afkomstig van bevruchte eicellen die al enkele celdelingen hebben doorgemaakt.

 

Het gebruik van stamcellen voor onderzoeksdoeleinden is omstreden.

 

Er spelen allerlei ethische vragen, onder andere of je deze celen wel mag gebruiken en wanneer een embryo als mens moet worden beschouwd.

 

Die laatste vraag wordt vanuit verschillende achtergronden heel verschillend beantwoord.

 

Het farmabedrijf stelt voor zichzelf een duidelijke grens: stamcellen mogen alleen worden gebruikt om effectievere geneesmiddelen te vinden voor ziekten die op dit moment niet of beperkt kunnen worden behandeld.

 

Nadrukkelijk niet voor beïnvloeding van bijvoorbeeld uiterlijke eigenschappen.

 

Roche heeft daarbij aangegeven te werken aan een beleid over de herkomst van stamcellen.

 

Tot slot stelt het bedrijf zichzelf ook grenzen aan het klonen van mensen met het doel om nieuwe mensen te creëren.

 

Deze weg wil Roche niet inslaan.

 

Zou het bedrijf deze mogelijkheid wel open houden, dan zou het niet voor duurzame beleggingen in aanmerking komen.

 

Vooralsnog begeeft de onderneming zich ook niet op het terrein van gentherapie.

 

Daarbij worden genen ingebracht bij patiënten met erfelijke zieken, om niet-functionerende genen te vervangen.

 

(Bovenstaande bijdrage kwam tot stand in samenwerking met Triodos Bank N.V. (Brussel). Meer info: 02/548.28.28 of www.triodos.be).

lees alles over
BeleggingsinfoFinanciën, Bank & VerzekeringenTRIODOS BANK N.V.Artikels in deze editie
Ook in Financiën, Bank & Verzekeringen
15 mei, 2012
ACE EUROPEAN GROUP LTD.
15 mei, 2012
INCOFIN INVESTMENT MANAGEMENT C.V.A.
15 mei, 2012
Ethias N.V.
Ook in Beleggingsinfo
29 april, 2011
Beurzen reageren op conflicten in het Nabije Ooste...
07 december, 2010
Wereldmarktleiders hebben streepje voor
29 oktober, 2010
Herstel in eurozone in twee snelheden