Bestrijden software-namaak kan snel en eenvoudig
Beslag inzake namaak
Computerprogramma’s behoren tot de intellectuele eigendom van een onderneming. Het kopiëren ervan en het gebruik van kopies kan ernstige schade toebrengen aan het bedrijf. Een studie van SD WORX toont aan dat vaak bedrijfsgeheimen en software “gestolen” worden door werknemers die aldus hun nieuwe werkgever bevoordelen of een eigen bedrijf starten.
De wetgever beseft de nood aan een efficiënt bestrijdingsmiddel van kopieerders of namakers. Het is goed te weten dat dergelijke feiten ook strafbaar zijn.
Evenwel is er vaak noodzaak om snel vaststellingen te laten doen bij de kopieerder en een strafklacht biedt daarvoor niet steeds de meest efficiënte oplossing.
Bovendien worden dergelijke strafklachten vaak geseponeerd.
De wet van 10 mei 2007 heeft een grondige herschikking gemaakt van de bescherming van intellectuele eigendom: het zogenaamde beslag inzake namaak.
Dit is een eenzijdige procedure. Zij speelt zich met andere woorden af buiten het weten van de namaker.
Het “slachtoffer” dient een verzoek in bij de voorzitter van de rechtbank van koophandel of van de rechtbank van eerste aanleg en vraagt daarin de toestemming om op de plaatsen waar de gekopieerde software (of andere kopieën van intellectuele eigendom) zich bevindt, vaststellingen te laten doen door een informaticadeskundige aangesteld door de rechtbank.
Er wordt derhalve een soort “inval” voorbereid.
De criteria om deze toestemming te bekomen zijn dubbel maar relatief eenvoudig:
1. Men moet aantonen dat men beschikt over een intellectueel eigendomsrecht dat ogenschijnlijk geldig is
2. Er moeten aanwijzingen zijn dat er een inbreuk gemaakt is op het intellectueel eigendomsrecht of dat dergelijke inbreuk dreigt.
Vooral dat laatste is opvallend. Dreigende inbreuken kunnen dus afgewend worden vooraleer het onheil geschiedt. In het strafrecht daarentegen moet de inbreuk eerst gebeuren (strafbaar feit) vooraleer men kan optreden.
Expert
De toestemming die door de voorzitter verleend wordt, bepaalt ook de voorwaarden waaraan de beschrijving is onderworpen.
Zo zal degene die de inval vraagt vaak niet persoonlijk mogen aanwezig zijn bij de inval maar slechts vertegenwoordigd door zijn advocaat.
Andere voorzitters zijn nog voorzichtiger en stellen een expert aan die de beschrijving volledig alleen moet uitvoeren.
Geheel onlogisch is dit niet omdat de expert bij zijn zoektocht naar namaak vaak op vertrouwelijke gegevens stuit (klantenlijsten, berekeningen, …) die tot de vertrouwelijke informatie van het bedrijf waar binnen gevallen wordt, behoort.
Om te vermijden dat partijen lichtzinnig een verzoek tot namaakbeslag indienen en om misbruiken te voorkomen, kan de rechter tevens eisen dat de “vragende partij” vooraf een waarborgsom betaalt.
Indien er schade zou ontstaan door het (onrechtmatig) beslag, kan de waarborg door de beslagene worden aangesproken.
Indien men vermoedt dat de namaak zich op commerciële schaal afspeelt en er gevaar dreigt dat het slachtoffer zijn schadevergoeding niet zal bekomen, kan de voorzitter in zijn bevelschrift tevens bevelen dat er bewarend beslag mag gelegd worden op roerende en onroerende goederen van de namaker; zelfs diens bankrekeningen kunnen geblokkeerd worden.
De voorzitter zal hier een delicate belangenafweging maken vooraleer dergelijke verregaande maatregel op te leggen.
Ook de gerechtsexpert heeft de taak om erover te waken dat de belangen van beide partijen geëerbiedigd worden. Hij moet inderdaad speuren naar namaak maar dient er tevens over te waken dat vertrouwelijke informatie van de partijen beschermd blijft.
De expert wordt dus aangesteld op verzoek van één partij, maar krijgt een objectieve status van zodra hij is aangesteld.
Uiteraard dient hij een verslag te maken van de vaststellingen die hij heeft verricht. Zijn vaststellingen gebeuren bovendien in aanwezigheid van een gerechtsdeurwaarder.
Daarbij is de opdracht doorgaans niet alleen vast te stellen of er kopieën aanwezig zijn maar tevens wat de omvang van de namaak is. Het is belangrijk dat hij tevens toegang neemt tot de boekhouding of andere documenten die kunnen aantonen of de gekopieerde software verder gecommercialiseerd of verspreid is.
Voor de vragende partij is het belangrijk meteen dit verslag grondig door te nemen. Zij zal immers moeten beslissen of zij verdere stappen tegen de “namaker” zal ondernemen.
Tenzij anders bepaald, is deze termijn slechts 20 werkdagen of 31 kalenderdagen, naargelang wat de langste termijn is. Onderlijnen we dat het hier om een vervaltermijn gaat.
Dit betekent dat een latere dagvaarding voor de rechtbank niet meer toegelaten wordt.
De wet legt zelfs een uitdrukkelijk verbod op om de inhoud van het verslag nog te gebruiken of bekend te maken.
Het is evenmin toegelaten om, zelfs indien er tijdig gedagvaard is, het verslag buiten een gerechtsprocedure aan te wenden.
Onnodig te vermelden dat de “beslagene” zich bij de rechtbank kan verzetten
De wetgever heeft enerzijds een efficiënt middel ter bestrijding van namaak willen op punt stellen maar heeft anderzijds oog gehad voor de belangen van de beweerde “namaker”.
(J.L.)
(Bovenstaande bijdrage kwam tot stand in samenwerking met Leysen-Vandelanotte-Devloo, Kortrijk. Meer info: 056/21.85.23 of www.lvda.be).



Meld je aan om te reageren